Hoe werkt anesthesie?

Onder narcose

Bij algehele anesthesie of narcose krijg je voor de operatie drie verschillende middelen toegediend; slaapmiddelen, pijnstillers en soms spierverslappers. Het slaapmiddel zorgt ervoor dat je in een diepe slaap komt en blijft. Dankzij de pijnstillers voel je tijdens en een tijdje na de operatie geen pijn. De spierontspanners zorgen dat je normale reflexspieren rustig blijven. Zo kan de chirurg goed zijn werk doen.

De toedieningsvorm van de narcose is afhankelijk van leeftijd. Volwassenen worden bijna altijd via een injectie (intraveneus) in slaap gebracht. Voor de rest van de procedure gebruikt men propofol of damp via een kapje.
Bij kinderen (tot 25 kg) wordt er over het algemeen gestart met een kapje (damp) en dit wordt gebruikt tot het einde van de narcose.

Regionale anesthesie

Pijn wordt via de zenuwen doorgegeven aan de hersenen. Bij regionale verdoving worden er bepaalde geneesmiddelen in (spinaal) of bij (epiduraal) de zenuwbanen gespoten. Deze geneesmiddelen blokkeren zenuwbanen waardoor de pijnprikkel niet meer bij de hersenen aankomt. Dit zorgt ervoor dat een deel van het lichaam tijdelijk gevoelloos wordt, maar je wel bij bewustzijn blijft. Het operatiegebied wordt afgeschermd, zodat je niets van de operatie ziet.

Regionale anesthesie wordt vaak gecombineerd met sedatie (“roesje”), mits de operatie daarvoor geschikt is. Bij sedatie wordt er een slaapmiddel en eventueel nog een pijnstiller toegediend. Dit zorgt ervoor dat je slaperig wordt en minder bewust de operatie meemaakt. Je hoeft echter niet beademend te worden.

Deze middelen worden via een injectie toegediend.

Lokale anesthesie

Bij lokale anesthesie wordt alleen de plaats van de operatie gevoelloos gemaakt door het inspuiten van een verdovend middel. Hierdoor wordt de plek rondom de injectie gevoelloos.

Tijdens de ingreep houdt de anesthesioloog met behulp van allerlei apparatuur je lichaamfuncties goed in de gaten. Hij zorgt er ook voor dat je gedurende de hele ingreep geen pijn voelt en in slaap blijft.